(Disclaimer for non-Dutch followers, this blog might be disappointing. From now I am planning to write a Dutch blog on Sundays. Just to summarize my week and the blogs I have written before. Especially on fieldtrip weeks, I might not be able to write during the week, but hopefully I can catch up while I can. I’ll continue my own promise to write something every day, but it might just be with old fashioned pen and paper to share with the world online later.) 

Oké daar gaan we dan. Laat ik maar op z’n oernederlands beginnen ovet het weer. Het is zonnig en warm in Kampala. Ik zit op de veranda van de ZOA office. Ik kan bijna niet geloven dat de eerste week er al zo ongeveer op zit. Vorige week om deze tijd zat ik aan een vier gangen diner met mijn familie. Nu eet ik op een bank in de Parel van Afrika met groente die ik voor een paar centen heb gekocht op de markt. 

Normaal gesproken schrijf ik in het Engels. Ik vind dat een fijne taal om in te schrijven, maar omdat ik nu steeds meer mensen op mijn blog op bezoek krijg die niet zo vertrouwd zijn met het Engels, ga ik proberen om één keer in de week in het Nederlands te schrijven. Mocht je dus de blog van gisteren al hebben gelezen, dan mag je deze wel overslaan. Ik hoop dat ik ook gewoon kan blijven doorgaan met de dagelijkse blogs, hoewel dat een beetje af zal hangen van hoe lang en vaak ik in het veld aan het werk ga. 

Maar eerst even een update over hoe het nu met mij gaat. Vanochtend werd ik voor de eerste keer wakker in het huisje dat mijn eigen plekje gaat worden. Het moest flink opgeknapt worden, dus vandaar dat ik er niet meteen in kon. Nu staan de eerste spullen erin en ruikt het niet meer zo naar verf, dus kan ik er wonen. Volgende week wordt het huisje verder ingericht. De eerste paar dagen heb ik gelogeerd bij de familie van de landendirecteur, die er trouwens zelf niet was deze week, en ik zal hen altijd dankbaar blijven voor de gastvrijheid in de eerste dagen. Deel uit maken van een familie is één van de meest waardevolle dingen in de wereld. Mijn eigen familie mis ik altijd als ik weg ben. Dus de meiden zien touwtjespringen en Kleine Huis op de Prairie boeken zijn lezen, gaf me direct een thuis gevoel. 

Ik kwam afgelopen maandag avond, of eigenlijk dinsdag nacht, aan in Uganda. Na een tussenlanding in Kigali en een nieuw navigatiesysteem voor het vliegtuig, volgen we naar Entebbe, Uganda. Ik was het meest gespannen voor de douane. Maar met een online visum aanvraag en een glimmend nieuw paspoort waren al die zorgen voor niets. Ik was zo binnen en na een lange rij om nog een keer alle koffers te checken, rook ik dan eindelijk de avondlucht van Uganda. In de auto op weg naar Kampala. Moe van de lange vlucht en beetje voorzichtig door alle horrorverhalen over het verkeer in Uganda. Laten we het simpel houden. Het is absoluut krankzinnig en ik heb waarschijnlijk nog lang niet het ergste ervan gezien. 

Op die eerste dinsdagochtend, werd ik wakker met de gedachte dat ik thuis was. Dat was vooral de schuld van een kukelende haan. Na een langzame start vond ik mijn weg naar het kantoor. En daar was ik dan. Op de plek die meer dan alleen een werkplek wordt voor het komende jaar. Het wordt ook mijn thuis. Het kantoor was lekker rustig deze week. Met een flink aantal collega’s in het veld en in het buitenland, kon ik de collega’s die er wel waren, één voor één leren kennen. Niet alleen om maar over werk te praten, maar vooral over hun levens te horen. Luisteren. 

Obedienta. Sta stil en hoor. Volgens deze Benedictijnse leefregel gaat het hier om gehoorzaamheid. Het woord ‘horen’ zit daar al in. De sleutel in gehoorzaamheid ligt hem dus in luisteren, naar God, naar anderen en naar jezelf. 

Oké, daarover dus. Ik ben hier om God te volgen in het dienen in Zijn Koninkrijk met alles dat ik heb. Ja, dat kun je overal doen, maar ik geloof dat dit nu mijn plekje is. Praktisch betekent dat ik deel uitmaak van het team van Programma Adviseurs. Ik heb op dag 162 al eens een stuk geschreven over ZOA en hun werk. Om eerlijk te zijn heb ik me in de afgelopen weken echt weleens afgevraagd waarom ik dit nu allemaal wil doen. Ik was net een beetje geland in Utrecht. En nu zit ik op een veranda in Kampala, met een eerste verbrande huid (en ja, ik had me ingesmeerd) terwijl ik verse ananas eet. Ik denk na over hoe ik hier nu terecht gekomen ben. Vorige week schreef ik over een surreëel gevoel. Nou, dat gevoel is er nog steeds. 

En even eerlijk? Ik ben moe. Maar ik weet nu wel veel meer over ZOA Uganda dan voor ik hierheen kwam. Zelfs door het lezen van droge beleidsstukken en het doorspitten van programma plannen. Hopelijk mag ik snel naar het veld om meer te zien en de mensen die het echte werk doen te ontmoeten. En zo komt mijn leven in Uganda langzaam op gang. Ik weet nu waar de lokale markten zijn waar ik genoeg groente en fruit kan kopen voor een paar dagen en een paar euro. Mijn huisje wordt langzaam een thuis, nu het niet helemaal leeg meer is. Ik heb de binnenstad van Kampala nog maar een beetje vermeden aangezien ik niet echt een grote fan ben van super drukke steden. Geef mij maar liever het rustige leven van een buurt met woonhuizen of zelfs het platteland. Maar ik ben er niet zo bang voor dat mijn leven saai gaat worden. Lijkt me vrij onmogelijk met miljoenen mensen om je heen. 

Conversio Morum. Sta stil en verander je gewoontes. Leef je leven zo dat je bezield blijft, vol passie en gezond. Levensveranderingen beginnen altijd met een eerste kleine stap. 

Ik hoop dat ik in de komende weken de juiste keuzes ga maken over hoe ik mijn leven ga inrichten. Voor vandaag betekende dat vooral dat ik even alleen wilde zijn. Ik ben wel even op pad geweest, maar ik wilde vooral rustig nadenken, lezen, koken en schrijven. Verse citroenen geplukt van de citroenenboom in de tuin. Om alles te laten bezinken. Te ontspannen. Ik ben in Uganda. Ik ga hier in Kampala wonen. Ik ga snel genoeg verzuipen in het werk dat er te doen is. Maar het gaat allemaal goed komen. 

Stabilitas. Sta stil en wortel. Vlucht niet weg uit het moment, maar wees daar waar je bent geplaatst. Dat vraagt om vertrouwen in je eigen veerkracht. Bomen kunnen alleen maar sterk en groot worden als ze het aandurven om te groeien en te wortelen op de plek waar ze zijn geplant. 

(De stukjes van de Benedictijnse leefregel heb ik niet zelf verzonnen, maar komt uit het boekje Adem de dag van Mirjam van der Vegt.)

Lemon tree in the garden
My first home cooked meal and lots of love for avocado
Colourful Kampala – flowers and birds everywhere
Treated myself with good coffee and croissant at the Dutch bakery Brood down the street