Uganda is een land vol vogels. Overal waar je komt, zie je ze. Groot, klein, in allerlei kleuren. Ik word elke ochtend wakker van een oerwoud aan vogel geluiden. Ik vind het heerlijk. Laatst vond ik een grote veer toen ik naar buiten liep met m’n kopje thee en schaaltje yoghurt. Het zijn die kleine momentjes van genieten van de kleuren, de textuur, het gewone dat het leven van elke dag de moeite waard maken.

Ik ben een rasoptimist. Meestal in ieder geval. Neem vorige week. Toen schreef ik mijn Nederlandse zondag blog in het droge, stoffige Amudat. Over open handen en leren ontvangen. Maar in alle eerlijkheid, gaat het leven op dit moment met ups and downs. Sommige dagen heb ik alle energie van de wereld, kan ik alles aan en heb ik overal zin in. En op dagen als vandaag, draai ik me het liefst nog drie keer om in bed, doet mijn rug pijn en ben ik gewoon moe.

Ik wil graag uitrusten. Heb een pittige week voor de boeg, waarin veel te doen is. En hey, niemand heeft gezegd dat het makkelijk zou zijn. Dat is ook de titel van zo’n spijker-op-de-kop liedje van Matthijn Buwalda, waarin elk woord raak lijkt te zijn:

Niemand heeft gezegd dat het makkelijk zou zijn. Nee niemand heeft gezegd dat het makkelijk zou zijn, maar hoe harder ik moet knokken, des te mooier straks de overwinning.

Niemand heeft gezegd dat het makkelijk zou zijn. Nee niemand heeft gezegd dat het makkelijk zou zijn, maar thuis kom je pas echt als je de weg kent die er aan vooraf ging.

Matthijn Buwalda

Het is zondagmiddag. Ik ben gewoon even gaan liggen. Slapen. Ik luister naar muziek, lees een boek. Ik heb het nodig. Gewoon even niks doen. En ergens vind ik dat dus lastig. Ben ik ook gewoon een ongelofelijk perfectionist die graag tot het uiterste ga in mijn werk, dat nooit klaar is.

Tegelijkertijd malen mijn gedachten. Werk komt pas op nummer zoveel in mijn leven, waarom maak ik me er dan druk om? En andere gedachten zitten in de weg. Een lieve vriendin gaat deze week terug naar huis. Weg uit Uganda. Wie weet komt ze volgend jaar weer terug, maar voor nu is het een afscheid. Weer een afscheid. Zoals ik al zovaak in mijn leven heb meegemaakt. Ergens went het. En het went nooit.

Everyone wants to change the world, but nobody wants to do the small thing that makes just one person feel loved.

Ann Voskamp – The Broken Way

Het liefst zou ik mensen om me heen aan me vastbinden. Met allemaal zilveren draadjes. Altijd dichtbij. Altijd in de buurt. Maar zo werkt het leven niet. Veiligheid en verbinding zijn o zo cruciaal voor een geborgen leven, maar zonder vrijheid, heeft het geen betekenis. Als ik eerlijk ben, zou ik ook niet vastgebonden willen zitten aan iemand anders. Oke, dit klinkt vast allemaal heel vaag. Misschien is dat ook even wat mijn hoofd is en mijn woorden zijn. Vaag. In de war. Omdat ik de controle even kwijt ben.

En stiekem door dat alles heen, is het leven zo ontzettend mooi. Want juist op het moment dat ik het allemaal even niet meer begrijp en niet meer weet hoe ik verder moet, is er dan juist die verbinding. Die knuffel die zegt: “welkom thuis, ik heb je gemist.” Of dat app’je over hoe het gaat. Die meevaller in je werk. Dat ene liedje dat precies samenvat waar je een minuut geleden over sprak.

Niemand heeft gezegd dat het makkelijk zou zijn.

Prima. Dat mag dan zo zijn. Uiteindelijk verandert de wereld elke dag een klein beetje. Omdat wij er zijn. Allemaal. Met onze eigen moeilijkheden, gebrokenheid en baggage. Met vermoeidheid, vuile was en uitvallend haar. Het gaat erom wat je daar mee wilt doen. Ik wil door. Stappen maken. Op zoek naar wat het is dat het leven zo mooi maakt. Genieten van de kleine, dagelijkse wonderen. Zoals die glanzende veer in de zon.

Vechten. Genezen. Liefhebben.

Want uiteindelijk is het dat allemaal waard.